INTERNATIONAAL KRIJGT de menselijke factor in maatschappelijke uitdagingen al veel aandacht.

De Europese Commissie bijvoorbeeld richt haar focus op thema’s als vergrijzing, krimp van de beroepsbevolking, groeiende immigratiedruk, gevoelens van onveiligheid, dalend vertrouwen in instituties en technologie, en overbelasting door mobiliteit.

Breed groeit het besef dat we onze politieke, economische en sociale systemen beter moeten begrijpen opdat we hevige schokken eerder zien aankomen en de veerkracht van de maatschappij kunnen versterken.

Ook in Nederland groeit het draagvlak voor investeringen in sociale en geesteswetenschappen. De Nationale Wetenschapsagenda die vorig jaar verscheen, en mede werd gevoed door maatschappelijke en private partijen in de samenleving, demonstreerde nog eens de grote behoefte aan antwoorden op menswetenschappelijke vragen.

Een derde van de vragen uit de agenda richtten zich rechtstreeks op ‘individu en samenleving’. Veel andere concentreren zich op immateriële vragen over culturele identiteit, recht, kunst en religie.

Sociale, economische, gedragswetenschappelijke, juridische, culturele, historische of ethische aspecten nemen in bijna alle tot nu toe benoemde ‘routes’ door de agenda cruciale plaatsen in.

In vier van die routes hebben sociale en geesteswetenschappers inmiddels leidende rollen genomen:

  • Veerkrachtige en zinvolle samenlevingen,
  • Tussen conflict en coöperatie,
  • Hersenen, cognitie en gedrag: leren, ontwikkelen en ontplooien, en
  • Jeugd en onderwijs.