DE NEDERLANDSE sociale en geesteswetenschappen zijn goed voorbereid om meer bij te dragen aan antwoorden op maatschappelijke vragen.

Nederlandse menswetenschappers staan internationaal in hoog aanzien. Ze spelen voortrekkersrollen in internationale samenwerkingsverbanden.

Ze liepen voorop bij het afbreken van barrières tussen disciplines en bij het ontwikkelen van meer interdisciplinaire concepten, theorieën en onderzoeks- en evaluatiemethoden.

En ze zijn mee geëvolueerd tot niet alleen beschouwende en duidende maar ook toetsende en modellerende wetenschappen, die alternatieven en oplossingsgerichte adviezen kunnen aandragen bij overheden, bedrijven en burgers.

Zo kan bewuster en systematischer toepassing van menswetenschappelijk onderzoek worden gebruikt om beleid en dienstverlening effectiever of efficiënter te maken.

Actuele, grondige kennis over internationale talen en culturen, van China en Rusland tot Afrika en het Midden-Oosten, is onontbeerlijk gebleken voor goed beleid rond bijvoorbeeld migratie,  terrorisme en internationale diplomatie, en om Nederlandse militairen en andere hulpverleners goed voor te bereiden op uitzending naar brandhaarden elders op de wereld.

En cohortonderzoek en advies van menswetenschappers in de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en het Sociaal-Cultureel Planbureau ging vooraf aan nieuw overheidsbeleid rond asielmigranten: terwijl vroeger in opeenvolging werd gewerkt aan taalverwerving, huisvesting, opleiding en werk voor de migranten, gebeurt dat nu gelijktijdig en geïntegreerd. Zo wordt dankzij onderzoek belangrijke tijdwinst geboekt en het maatschappelijk draagvlak voor asielbeleid verbreed.

Met menswetenschappelijk onderzoek kan betrouwbaarder dan voorheen worden voorspeld hoe beleidsmaatregelen het gedrag van burgers zullen veranderen. Dat maakt beleid effectiever omdat traditionele aannames in de praktijk vaak niet blijken uit te komen.

Geïnspireerd door het Behavioural Insights Team van de Britse regering ontwikkelde de Nederlandse Raad voor de leefomgeving en infrastructuur al een ‘gedragstoets’ die beleidsmakers rekening laat houden met de kennis, vaardigheden, motieven, persoonlijke omstandigheden en keuzeprocessen van burgers. Zulke gedragstoetsen kunnen voor talloze beleidsdoelen worden ontwikkeld: spreiding van mobiliteit, energiebesparing, efficiënter gezondheidszorg, afvalscheiding, om maar een paar van vele te noemen.

Dezelfde menswetenschappelijke benaderingen kunnen ook belangrijke voordelen opleveren in de maatschappelijke en de private sector, bijvoorbeeld voor Nederlandse bedrijven die actief zijn in technologisch georiënteerde Topsectoren en topconsortia.

Niet onbelangrijk is dat menswetenschappen ook gewone burgers kunnen helpen. Zo kan onderzoek naar bijvoorbeeld het ontwerp van websites, gebouwen en andere infrastructuur het voor burgers eenvoudiger maken om betere economische en maatschappelijke keuzes voor zichzelf te maken.